aXpert Blog

Kleurenleer voor de gitaarreparateur – Deel 2

Posted by:

Kleuren (eigenschappen)

Hoewel het best moeilijk is om te omschrijven wat een kleur is, kunnen we wel vaststellen dat kleuren een aantal eigenschappen hebben. En deze eigenschappen zijn belangrijk om te weten. En wil je een kleur goed benoemen, dan heeft Arthur Stern daar een mooi systeem voor beschreven. Ik weet niet of hij dit ook bedacht heeft, maar het zou goed kunnen. In ieder geval heeft het mij enorm geholpen bij het ‘zien’ en vooral bij het mengen van kleuren. Bij het schilderen is dit ook erg belangrijk en is het niet nodig om daar dieper op in te gaan dan we in dit geval nodig hebben. Maar dat ‘correct’ benoemen van kleuren, is ook heel handig voor ons doel. Ik kom hier later op terug.

Dat ‘witte’ licht van zonlicht is niet altijd zo ‘wit’. En het is handig als je leert om die kleuren te zien. De kleur van het licht zelf kan je niet zien, het manifesteert zich pas als het ergens op schijnt, Zonlicht op een mooie hete zomerdag tijdens b.v. het begin van de middag, is erg ‘wit’. En later op de dag gaat het naar geel en oranje toe.

Kijk op een zomeravond eens naar de lucht en dan kan je soms allerlei kleuren zien. Zelfs groen! Dat komt omdat de blauwe lucht zich optisch mengt met het gele licht van de zon.

Nu komen we dus al aan een eigenschap van het licht: temperatuur. We hebben, wat men noemt, ‘koud’ of ‘koel’  licht en ‘warm’ licht. Wit is de koudste ‘kleur’ en blauwen en groenen zijn ook koude kleuren. Gelen en roden zijn warme kleuren. Het licht op een bewolkte dag is dan ook erg ‘koel’, een blauw-grijs licht, en dat geeftt alle huizen, bomen en andere voorwerpen ook een koele uitstraling. De temperatuur van een kleur is eigenlijk relatief t.o.v. een andere kleur. Daarmee bedoel ik dat een kleur warmer of koeler is dan een andere kleur. B.v.. Geel is warmer dan blauw. Geel is ook warmer dan een mengsel van geel en blauw (groen), Groen is dus koeler dan geel, maar warmer dan blauw.

kleurtemperatuur

Een andere eigenschap van kleur is de ‘chroma’. D.w.z. het heeft een kleur. Oftewel het is rood of geel of blauw, enz..

chroma

De volgende eigenschap is dat een kleur een bepaalde ‘intensiteit’ heeft, dus een bepaalde ‘helderheid’  of een bepaalde ‘matheid’ of ‘dofheid’. Met deze laatste termen bedoel ik niet dat het geen glans heeft, maar dat de kleur niet ‘helder’ is. B.v. Wat wij meestal een helder ‘rood’ noemen, is eigenlijk een rood-oranje. Het is een fel ‘rood’. Een erg ‘heldere’ kleur. Bruin daarentegen, is een rood wat ‘mat’ of ‘dof’ is gemaakt. ‘Mat’ maken doe je door een heldere kleur met een andere kleur te mengen. Kunstschilders noemen dit ook wel ‘grijzen’. Dat wil dus niet zeggen dat het een grijze kleur is, maar dat het geen ‘heldere’ kleur meer is. Om een kleur goed te benoemen, gaan we b.v. het woord ‘bruin’ dus niet meer gebruiken, maar noemen het een ‘mat rood’.

Helderheid

Er is nog een eigenschap n.l. dat een kleur een bepaalde ‘toon’ heeft (in het Engels: value). D.w.z. het is een donkere of lichte kleur. Dus het zit ergens tussen zwart en wit in. Om de toon van een kleur te vinden, gebruiken we een z.g. toonschaal. Daar zijn wel wat trucjes voor.om een kleur te herleiden naar zwart/wit 🙂

Toon

Dus de eigenschappen van kleur zijn:

  1. Chroma (kleur)
  2. Toon (donker/licht)
  3. Intensiteit (helderheid/matheid)
  4. Temperatuur (koel/warm)

Ik zal voor de volledigheid nog even melden dat bij die eigenschappen er dus een oneindig aantal gradaties zijn. Tussen heel koel licht en heel warm licht zitten een oneindig aantal gradaties, en zo ook tussen donker en licht, en helder en mat.

Maar bij het schilderen proberen we ook praktisch te zijn. Dus hebben we het b.v. over donker, middel en lichte kleuren. En dat zelfde geld voor helderheid en temperatuur.

Om b.v. de toon van een kleur te bepalen, dus om te zien hoe donker of licht een kleur is, gebruiken we een toonschaal. Deze schaal gaat dus van zwart naar wit. Je kan een toonschaal maken met 3 tonen, b.v. zwart-middelgrijs-wit. Of een 5-tonige schaal wit-lichtgrijs-middelgrijs-donkergijs-zwart. Dat is dus wel wat beperkt, maar een portretschilder heeft niet meer nodig. En je kan er heel ver mee komen om een goed realistisch schilderij te maken. Een toonschaal met ongeveer 10 tonen is voor een kunstschilder genoeg om ongeveer alles te schilderen en daarmee een realistisch licht te suggereren. Meestal wordt dan een oneven aantal tonen gebruikt, b.v, 9 of 11, want dan heb je precies in het midden een ‘middel grijs’. En bij het ‘schilderen van het licht’ is dat heel handig. Hieronder zal ik wat toonschalen neerzetten die je kan downloaden of namaken in Photoshop of zo.

Kleuren benoemen:

Om je te helpen om kleuren beter te ‘zien’ is het heel slim om een kleur te benoemen naar de eigenschappen van de kleur. Wanneer je een kleur beter kan ‘zien’, is het makkelijker om de juiste kleur te mengen. In zijn boek “How to see color and paint it” beschreef Arthur Stern deze methode en het is erg effectief als je een beetje de moeite wil nemen om het te oefenen. Dit boek kost nieuw nu tussen de $124,00 en $200,00.

Kleuren zijn het best te benoemen als: toon (licht-middel-donker) – intensiteit (helder-middel-mat) – kleur

B.v. een licht-helder-oranje

Hier ga ik binnenkort mee verder.

In Deel 3 zal ik een video maken. Dan gaan we een kleurencirkel maken en wat je daar mee kan doen en kleuren mengen.

5-valuecreditcardx2
5 tonen (2 x creditcard afmetingen)

 

tonescale-11
11 tonen – iedere toon verschilt 10% van de naastliggende tonen.
0
  Gerelateerde artikelen

Add a Comment